Tekstbureau LigthartTekst


schrijven  herschrijven  redigeren  corrigeren  advies

 

Spanningsboog

We zijn op vakantie op een vakantiepark met kinderanimatie. Onze zoon is net vier geworden en we besluiten het er eens op te wagen. We gaan met hem naar de knutselclub. Hij vindt het een beetje spannend, dus we blijven erbij zitten. Zo beleven wij het uurtje kinderentertainment ook mee.

Het animatieteam doet een dansje met de kinderen en legt dan de knutselopdracht uit. Hoewel hij normaal niet zo van kleuren houdt, zien wij onze zoon tot onze verbazing druk aan de slag gaan met de stiften. We vragen ons af hoe lang hij het zal volhouden, maar het animatieteam kent de korte spanningsboog van kinderen. Ze wisselen het kleuren af met een spelletje en een dansje en na een halfuur gaan de kinderen naar buiten om daar ranja te drinken.

Na het drinken komen de kinderen in optocht terug en mogen ze nog even kleuren Daarna moeten ze beginnen met knippen en plakken. Ik loop naar mijn zoon om te kijken hoe het gaat. ‘Niet zo goed’ zegt hij, ‘ik moet steeds iets doen. Ik blijf nu zitten hoor, anders krijg ik het nooit af.’

 

Altijd prijs

Er is kermis in onze wijk. Mijn zoontje kijkt zijn ogen uit en geniet van ritjes in de draaimolen en de vliegtuigjes. Uiteraard gaan we ook touwtjes trekken en eendjes vangen.

Als hij zijn eerste prijsje mag uitkiezen, wijst hij onmiddellijk naar een speelgoedpistool. Hoewel ik vroeger zelf met de klappertjespistolen van mijn broers heb gespeeld (en toch niet al te gewelddadig ben geworden), is mijn eerste reactie: ‘Nee, kies maar iets anders.’ Opgewekt kiest hij een plastic gitaartje, want Dirk Scheele heeft ook een gitaar.

Helaas gelukkig hebben we de juiste batterijen in huis en kan de hele buurt meegenieten van de jengelmuziekjes die het gitaartje voortbrengt. Na een kwartier ergernis zeg ik: ‘Zet hem nu maar even uit.’ Dat doet hij keurig, om dan met zijn gitaar naar mij te wijzen: ‘Ik schiet jou, mama!’

 
 

Prijsbewuste peuter op de vrijmarkt

Vol trots loopt mijn zoon (3) met zijn eigen portemonneetje de kindervrijmarkt op. Bijna geeft hij zijn hele kapitaal al bij de eerste kraam uit, maar ik kan hem overtuigen nog even verder te kijken. Hij vindt een mooie handpop van Dikkie Dik, die zijn moeder door de vingers ziet ('Dat is niet echt een knuffel hè mama?'). Hij is helemaal de koning te rijk als de verkoper van de handpop hem als wisselgeld zoveel mogelijk muntjes geeft. 

Als we na twee regenbuien weer richting onze fiets lopen, ziet hij nog een afgrijselijk prachtig schilderijtje van Bob de Bouwer. De prijs van vijftig cent kan hij nog net betalen. Als ik de juiste hoeveelheid muntjes heb geteld, kijkt hij me verbijsterd aan: 'Zoveel?! Dan hoef ik hem niet. Veel te duur!'

 

Peuter (3) wint taalspelletje van moeder (36, tekstschrijver)

Dit is de spaarpot van mijn zoontje. Of, zoals hij zelf zegt: zijn ‘potspaar’. Op een avond, als hij onder de douche staat, probeer ik hem speels het juiste woord te leren.

Hij speelt ‘werkmeneer’. De muur van onze badkamer is zogenaamd kapot en met een shampoofles timmert hij erop los om de muur te herstellen. ‘Krijg ik nu een centje van jou?’, vraagt hij. Ik geef hem een alsof-muntje en hij zegt blij: ‘Die moet ik goed bewaren!’

Ik grijp mijn kans en vraag: ‘In je potspaar?’ Hij antwoordt achteloos: ‘Ja.’ Ik push nog wat meer: ‘Of in je spaarpot? Is het een potspaar of een spaarpot?’ Even aarzelt hij. Dan zegt hij met een zucht: ‘Ik stop hem wel in mijn broekzak.’